Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groep uit het burgerlijke kamp — hetzij 'met kleine ondernemers, met middenstanders of met landbouwers — optrekt, ter verdediging van gemeenschappelijke belangen tegen de „imperialistische groot-bourgeoisie", heeft er een? verloochening plaats van de klassenstrijdleer, die ons zegt, dat de klassentegenstellingen worden vereenvoudigd, dat de maatschappij zich meer en meer splitst in twee groote vijandelijke kampen, in twee groote lijnrecht tegenover elkaar staande klassen, waarvan de eene, de proletarische, beoogt de andere gewelddadig onderste boven te gooien teneinde aldus eene nieuwe orde van zaken te kunnen stichten.

Volgens het Communistisch Manifest moest alle kracht voor den strijd uit het proletariaat alleen voorkomen. Het ideëele begrip, dat de misstanden der maatschappij ook met behulp der bezittende klassen zouden kunnen worden opgeheven, behoorde vaarwel te worden gezegd 1).

Wat wij thans vernemen, is echter geheel iets anders. Nu wordt een beroep gedaan op samenwerking met groepen uit de bourgeoisie. De klassenstrijd wordt gedenatureerd; hij verwordt tot een belangenstrijd tusschen verschillende deelen der maatschappij, waarbij van eene scherpe onderscheiding der klassen geen sprake meer is. Het wordt algemeen ingezien, dat onze samengestelde maatschappelijke verhoudingen niet eene simplistische twee-klassenindeeling vertoonen, maar een veelsoortigen belangenstrijd tusschen arbeider en ondernemer, tusschen ondernemer en kapitaalbezitter, tusschen grondeigenaar en pachter, tusschen landbouwer en daglooner, tusschen voortbrenger en verbruiker. En het strekt der sociaaldemocratie waarlijk niet tot schande, dat zij voor deze waarheid, al is het dan lang nadat de „burgerlijke" klasse haar is voorgegaan, het hoofd buigt.

Ook op een ander punt is de leer van den klassenstrijd kwalijk te handhaven. Hoe is niet steeds met klem de beschuldiging uitgesproken, dat de bourgeoisie met alle macht hare bevoorrechte positie trachtte te „handhaven, ja zelfs de staatsmacht voor dit doel misbruikte. De staat — zoo heet het dan — is klassestaatl Wat leeren ons hier evenwel de feiten? Dat alles wat naar klassekarakter zweemt, verdwenen is of bezig is te verdwijnen. In 1848, kort nadat het Communistisch Manifest verscheen, is de

') Mr. H. P. G. Quack. De socialisten, 2e druk, deel IV, bl. 473.

Sluiten