Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoeden dragen zij nooit, maar zij bedekken zich het hoofd met een plat mutsje. In de hand hebben zij een rood ingebonden boek, hetwelk voor deze wezens een soort heilig boek i8 en dat zij voortdurend raadplegen^

Vanwaar deze wezens komen, is niet met zekerheid bekend. Nauwkeurige onderzoekingen schijnen aan te toonen dat de meesten uit Londen komen, maar daar men in Londen zelf nog nooit eenig spoor van hen ontdekt heeft, kunnen wij er hier niet met zekerheid Over spreken. Gedurende den zomer en vooral in de maand Augustus ziet men ze in grooten getale het vasteland doorkruisen. Gewoonlijk zijn zij in groepjes van drie of vier, allemaal mannetjes, ofschoon men ook wel, en vooral in groote steden, geheele kudden van die wezens ontmoet.

Deze kudden, waaronder men ook wel eens vrouwtjes opmerkt, worden door een heel gewoon mensch aangevoerd. De aanvoerder schijnt een soort overwicht over die wezens te bezitten en zij volgen hem blindelings. Dikwijs ziet men deze kudden door de museums draven, totdat plotseling de aanvoerder hun een teeken geeft. Dan verzamelen zij zich in een kring om het een of ander voorwerp en bladeren in het bewuste roode boekje.

Zooals ik reeds bemerkte, gedurende de maanden Juli en Augustus voornamelijk wordt het vasteland door zwermen van deze wezens overstroomd, maar zoodra de herfst komt, verdwijnen zij op geheimzinnige wijze en het is nog niet gelukt te ontdekken, waar zij zich gedurende de wintermaanden schuil

Sluiten