Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van hun rivieren nog breeder waren. De Yankees echtei houden van grootspraak. Zelfs de Atlantische Oceaan, en daar valt toch niet mee te spotten, noemen zij den „haringvijver" (herring-pond).

Maar ik ben geen Yankee en ofschoon ik ontelbare malen over de „sloot" geweest ben, heb ik nog steeds een heilig ontzag voor zijn korten golfslag en ik heb vaak gezien, dat diezelfde Yankees, als wij de „sloot" overstaken, aan de verleiding van het „zachte wiegen der zilte baren" geen weerstand konden bieden en aan de zee alles gaven wat zij geven konden.

Langzamerhand verdwijnen de meest» passagiers naar hunne kajuiten. Het wordt koud op dek en de overgeblevenen, een kleine schare getrouwen, trekken zich in de rookkamer terug.

Ben druk op de electrische bel en de steward verschijnt. De meeste aanwezigen bestellen „toddy", behalve een Schot, die verlangt „a wee drap'o whiskey."

„I take but little spirits," zegt hij tot ons, „but I like that little strong. (*)

In de rookkamer is de kennismaking gauw gemaakt en het gesprek wordt algemeen.

Naast mij zit een breed geschouderde man met een door wind en weder verbruind gelaat. Men behoeft geen menschenkenner te zijn, om in hem direct den ouden zeerob te herkennen. Om een gesprek met hem aan te knoopen, vraag ik hem wanneer hij

(*) Ik neem maar weinig spiritualiën, maar dat weinige heb ik graag sterk.

Sluiten