Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doch de reizigers kunnen van deze zoo prijzenswaardige gemoedsaandoeningen van den douane toch geen profijt trekken, want zij weten nooit vooruit bij welken koffer zijn gevoel als mensch zich practisch zal uiten.

Gedurende al dezen tijd hebt gij geduldig bij uw koffer staan wachten. Daar nadert een beambte. „Zijn dit uw koffers ?" „Jawel."

„Hebt gij iets te declareeren V' „Neen."

• „Goed. Maak den boel dan open<P

„Ik heb niets te declareeren, zeg ik u."

„Dat is mijn zaak, mijnheer. Maak de koffers open."

Met ruw» hand onderneemt dan de beambte onderzoekingstochten, en de zorgvuldig gepakte hemden, linnen en zakdoeken in de war brengende, duikt zijn hand tot op den bodem van uw koffer.

Plotseling schittert zijn blik van valsche Vreugde en hij' herhaalt:

. „Hebt gij niets, te declareeren ? Geen sigaren V'

Uw geweten is niet geheel zuiver en gij antwoordt weifelend :

„Neen! Niets. Alleenig een aangebroken kistje sigaren voor eigen gebruik."

„Ha! Dat dacht ik wel. Wij zullen eens zien," en van onder uw linnengoed haalt hij het kistje te voorschijn. Nu hebt gij echter zijn wantrouwen op-

Sluiten