Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het humoristische schetsje van een klein meisje, dat den politie-agent vraagt of haar muts wel goed recht zit, behoort niet tot de onmogelijkheden.

Het groote verschil tusschen Londen en Amsterdam is dit: Daar is de politie ten gerieve van het publiek, en hier denkt de politie dat het publiek er voor .haar pleizier is.

In Engeland steunen en helpen zij elkander wederkeerig, en hier staan zij tegenover elkander gelijk een koloniaal en een Atjeher.

Moet in Londen een agent iemand arresteeren, een vechtersbaas, een dronken kerel of wat ook, en kan hij hem alleen niet machtig worden, dan roept hij de hulp van het publiek in om hem te helpen.

„In the Queens napae" gelast hij u hem bij te staan, en zoo gij het niet doet, maakt ge u aan een strafbaar feit schuldig.

Doch het Londensche publiek is altijd op de hand van de politie; zij weten dat die beambten hun beschermers tegen gevaarlijke sujetten zijn, en. daarom kan een Londensche agent altijd op den steun van het publiek rekenen.

De Amsterdammers daarentegen beschouwen den agent als een kwelgeest, hun door de regeering opgedrongen. Het is iemand die op hen loert en hen tracht te bekeuren, zoo zij in het minste tegen de wetr zondigen. Zoo zij b.v. kleeden laten uitkloppen na een zeker uur, of de sneeuw voor hun huis niet wegvegen, of hun hond ongemuilband meenemen, dan komen zij met den arm der wet in aanraking, en die arm drukt zwaar.

Sluiten