Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een schelletje, éen geruisen doet zich hooren en uit de donkere opening komt de trein aanvliegen. Nog voor dat de trein stilstaat, ziet men de passagiers de coupé-deuren openen en de trein is ternauwernood stil als zij reeds haastig langs het perron naar den uitgang loopen.

Nu moet gij oppassen. Zoek niet te lang naar een coupé, maar zorg dat gij zoo spoedig mogelijk een zitplaats krijgt. Gij zijt pas ingestegen als een kort fluitje klinkt en de trein zich weder in beweging zet. De coupé-deuren staan nog open, maar dat hindert niet; langs het perron staan de beambten op afstanden en terwijl de trein hen voorbijstoomt, sluiten zij behendig de deuren.

Met een eigenaardig geluid vliegt de trein door den pikzwarten tunnel, slechts nu en dan gaat langs de donkere muren een lichtje, gelijk een vuurvlieg. Het gaslicht brandt in den coupé, maar daar buiten is het duistere nacht. Ën de trein ratelt voort door de holklinkende gewelven,en de vochtige wanden waarlangs het water sijpelt, weerkaatsen flauwtjes het gaslicht.

Voort gaat het in die onderaardsche gangen, onder de huizen van de armen, onder de paleizen van de rijken, onder straten en pleinen, waar de menschen gelijk mieren door elkander krioelen, en onder de kerkhoven, waar, zelfs in die drukke stad, alles stil is en slaapt.

Sluit het raampje, want de atmosfeer in den tunnel is niet al te zuiver, het doet u denken aan de vreemde lucht van diepe kelders.

Sluiten