Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

publiek gelukkig het „fijne", of laat ik liever zeggen, het „niet-fijne" niet snapt; — de Engelsche, die twee regels van een liedje zingt, en de rest danst, terwijl zij wanhopige pogingen doet om met haar fijngeschoend voetje het plafond te bereiken; de jonge dame, die als een heertje gekleed opkomt, cigaretjes rookt en het publiek in zang vertelt: Fm a jolly booring chappie, don't yöu know And the girls are all so very fond of me, enz.; de komiek als dronkaard, die iedereen in de zaal met zijn persoonlijlse familie-oneenigheden bekend maakt, en dit voordraagt half zingende hali schreeuwende, op een melodie, die plannen tot zelfmoord bij u doet rijp worden.

Ik had u willen spreken van de Olympia-Hall, waar twintigduizend zitplaatsen voor het publiek zijn en waar een ballet gedanst wordt door een duizend danseressen te gelijk, op het reusachtige tooneel. Zóó grootsch, zóó eenig is dit, dat ik niet na kan laten, er hier even een beschrijving van te geven, al zij het dan ook zoo kort mogelijk.

Stel u voor een tooneel, 800 voeten lang, en diep in evenredigheid. Tusschen dit tooneel en de toeschouwers is een breed kanaal, misschien een drie voet diep, en daarachter weer zit het publiek, in ontelbare, eindelooze rijen. Zoo groot is het elliptische gebouw, dat men aan het eene einde er van, het publiek aan het andere einde slechts als één donkere massa ziet en niet kan onderscheiden.

Veel hebt gij reeds te zien gekregen, groote

Sluiten