Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komen een 40 lelies, en dan de rozen en andere bloemen — de stroom schijnt niet op te houden. En dan komen de vogels, het roodborstje, de musch, de zwaluw. Deze meisjes dragen kapjes in den vorm van de koppen, en vleugels zijn aan hare schouders

bevestigd en haar kleed is van veeren dier vogels.

Het tooneel wordt al voller en alles is in beweging. Nu eens vormen de danseressen deze figuren, dan weder gene. Nu eens schijnt alles door elkander te dansen in een mengelmoes van levende kleuren, dan weder ziet men dat in die oogenschijnlijke wanorde de grootste orde heerscht, en als met een tooverslag komen al de kleuren weder afzonderlijk te zamen.

Gedurig aan komen er nieuwe danseressen bij, het tooneel wordt te vol. Doch van onder het too¬

neel komen plotseling twee drijvende gevaarten te voorschijn. Al verder en verder komen zij en strekken zich uit over het breede kanaal. En deze drijvende vlotten vullen zich met honderden danseressen en haar schitterende kostuums weerkaatsen in het donkere water.

Het lijkt wel een sprookje ui* „Duizend en één nacht" en men zou bijna heiden worden als men

Viooltje.

Sluiten