Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landreis hindert dat zoo erg niet; vergeet men dan den koffer met schoon linnengoed of zijn toiletbenoodigdheden, men kan ze overal koopen, maar op zee heeft men weinig gelegenheid en als de „Parramatta" het anker eenmaal gelicht heeft, stoomt zij zonder oponthoud door tot aan Brindisi.

Eindelijk is al de bagage aan boord, de kabels worden losgegooid, de raderen komen in beweging en men stuurt op het groote schip af.

Het dek en de salons van de mail zijn gevuld met een druk pratende, lachende menigte. Er heerscht een koortsachtige vroolijkheid, een onnatuurlijke vroolijkheid. Iedereen schertst, iedereen lacht — maar de woorden blijven vaak in de keel steken en vochtige oogen logenstraffen den lach.

Een kwartiertje slechts kunnen de vrienden en verwanten nog aan boord blijven; het sleepbootje wacht op hen, en als straks de bel luidt dan moet de laatste kus, de laatste handdruk gegeven worden.

Slechts een kwartiertje om afscheid te nemen, slechts een kwartiertje, en men moet nog zooveel aan elkander zeggen — hoe kort is die tijd en toch, hoe lang schijnt hij ons toe. Men vreest het oogenblik dat men het laatste vaarwel moet zeggen, en toch wenscht men dat het oogenblik al gekomen.ware.

Daar ziet gij een dame in het zwart en naast haar een jongen man, haar zoon. Zij leunen over de verschansing en turen naar het water, met oogen die

Sluiten