Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niets zien. Zij hebben elkander nog zooveel te zeggen, en toch, zij spreken geen woord, slechts krampachtig drukken zij elkander de hand, en de moeder heeft zelfs het gelaat afgewend om te beletten dat de zoon de tranen zal zien, die langzaam langs haar bleeke wangen rollen.

Doch hier is een vroolijker .groepje. Het jonge mensch is omringd door tantes en nichtjes en hij laat haar net zijn kajuit zien.

„O Harry, wat een snoeperig kamertje. En moet je nu heusch in dat nauwe bed slapen? Wat is het vreemd opgemaakt. En wat een klein raampje, daar kan je niets door zien. Waarom kunnen zij er nu geen groote ramen maken met gordijntjes, dat zou veel aardiger zijn." — „Kijk ereis hier," roept een ander nichtje, „hier moet Harry zich in wasschen. O, wat een klein kommetje, daar gaat bijna niets in. En jij, die altijd zoo met het water plast, wat zal je nu voorzichtig moeten zijn".

Op het dek wandelen een man en een vrouw langzaam op en neêr.

„Het is maar voor zes jaren, sweetheart", zegt de man, „en dan blijf ik voor goed thuis. Je zal zien hoe gauw die tijd om is."

Maar de vrouw antwoordt niet. Er is iets in haar keel dat haar het spreken belemmert. Zij denkt aan het heete, verstikkende klimaat van Achter-Indië, waar op de brandende vlakte de lucht loodzwaar drukt en een gevoel teweeg brengt als van lauwe olie. Zij denkt aan de tropische wouden, waar de

Sluiten