Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in volle zee een unr of twee stil moeten liggen dobberen ten gevolge van een heet geloopen as of om den zuiger in den cyb'nder na te zien."

Als men weken achtereen doorgestoomd heeft, raakt men zoo gewoon aan het bonzen en stampen van de machine, dat toen het niet eens meer hoort. Ik herinner mij nog levendig een nacht op den Indischen Oceaan. Al de passagiers waren reeds in diepe rust, daar plotseling blijft de machine stilstaan. Zoo gewoon waren wij aan het leven dat door de stilte, die er in eens heerschte, iedereen wakker werd. Wij hadden een benauwend gevoel als of er iets gebeurd was, en in een oogenblik was het dek bezaaid met heeren en dames, op de luchtigste wijze gekleed. In de machinekamer heerschte groote bedrijvigheid en men was bezig, de zware dekplaat van een eylinder af te schroeven. De dames moesten natuurlijk direct al de bijzonderheden weten, en toen de kapitein zich van de brug af waagde werd hij belegerd door een troepjé van dit nieuwsgierige geslacht dat hem met allerlei mogelijke en onmogelijke (meest onmogelijke) vragen overstelpte.

De kapitein verklaarde op gewichtigen toon, dat 6r „een rat in den eylinder geslopen was en dat men haar nu eerst moest vangen", en schoot toen als een haas zijn kajuit binnen, zorg dragende om de deur op slot te doen.

De ontsteltenis onder de dames was groot. Vrees voor de rat wisselde af met medelijde» voor het arme beest.

Sluiten