Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar kwam een allerliefst kopje te voorschijn, met dat spitse en een weinig retroussé neusje, hetwelk men zoo vaak bij Engelsche meisjes ziet. Gekleed in een blauw „yachting-costume" met „yachting cap" op het hoofd — waarlijk, zoo'n gedaante behoeft geen vrees in te boezemen, en ik benijdde den kapitein, die tot algemeene vraagbaak van zulke lieve nieuwsgierigen diende.

„Kapitein, wanneer arriveeren wij te Brindisi?" begon zij.

„Denkelijk Zaterdag als alles goed gaat."

„Ja, maar ik wou weten precies hoe laat."

„Dat kan ik u niet zeggen, miss Tony. Dat hangt van zooveel af en dat zou een onmogelijke berekening zijn."

„Hè toe, kapitein, rekent u het voor mij uit, please do", en de kleine vleier vouwde de handjes samen en zag er zoo bekoorlijk uit, dat ik in des kapiteins plaats met liefde alle mogelijke en onmogelijke rekenproblemen opgelost had voor haar.

Maar Miss Tony wachtte op geen antwoord, zij dacht alweer aan wat anders en op een wit stipje aan den horizon wijzende, riep zij uit:

„Oh captain, kijk, een zeil!"

De kapitein draait zich om. „Ja, een zeil", zegt hij ongeduldig.

„Is het een schip ?"

„Denkelijk wel", bromt de zeeman.

„Een zeilschip?"

„Meer dan waarschijnlijk."

Sluiten