Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij nauwkearig de plaats van het schip op de watervlakte bepalen.

Is dit gedaan, dan zet de kapitein op de kaart een puntje, dat aangeeft waar het schip is, trekt dan een rechte potloodlijn in de richting waar hij naar toe wil, en geeft dan orders om in die richting ^e staren. Den volgenden dag neemt hij weder waarnemingen en ziet dan of het schip in die richting gestoomd heeft, of dat stroom en wind het afgedreven hebben.

Zoolang als men een onbewolkten hemel heeft, is het varen gemakkelijk genoeg, want iederen dag kan men nauwkearig uitrekenen waar het schip zich bevindt. Nu kan het echter ook gebeuren dat men dagen achtereen een zwaarbewolkte lucht heeft, en dan moet men zijn positie berekenen naar de richting waarin men gestoomd heeft, en den afstand welken men volgens de log heeft afgelegd. Maar zoo als reeds gezegd, zijn deze waarnemingen niet te vertrouwen, daar men nooit precies den invloed van stroom en wind berekenen kan.

Is de kapitein in open zee,' waar meti dagen lang in iedere richting zou kunnen doorstoomen, zonder de minste kans te hebben ondiepten of land te ontmoeten, dan hindert het zoo erg niet, maar is hij in de nabijheid van land, dan breekt voor hem, aan wiens zorg zoovele levens zijn toevertrouwd, een angstige tijd aan. De passagiers merken er misschien niets van. Zij klagen over het triestige weer, de dames vinden dat de kapitein in een afschuwelijk

Sluiten