Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een zeeman vertelde mij iets dat hem persoonlijk overkomen was, maar daar ik er niet persoonlijk bij geweest ben, deel ik het onder voorbehoud mede.

Hij viel over boord, -maar daar. het schip gelukkig baba stil lag, kon men hem oogenblikkelijk een touw toewerpen en hem uit het water bijschen. De haaien, die hierop niet gerekend hadden, kwamen te laat, maar terwijl de man reeds boven'water was-, sprong eën haai met de reeds boven beschreven sierlijke zwenking .halverwege uit de golven, hapte naar den man' en schöurde hem nog zijn broek van boven tot onder. —

Meer sympathiek dan de haaien zijn de dolfijnen. Of dolfijn wel hun juiste naam is, <weet ik niet. De eene helft van de passagiers noemt ze „porpoises", de andere helft „dolphins,", maar daar het laatste veel mooier, klinkt, gebruik ik dien naam.

De dolfijnen, dat zijn de straatjongens van de zee. Zij ■ schijnen 'nooit- iets te doen te hebben en zij spelen, en ravotten om het- schip heen net als een troep 'schooljongens.

Vooral als er wat golven staan, hebben zij pret. Nu eens springen zij hoog op uit het water, dan weder schieten zij gelijk een torpedo-*van de eene golf in de andere en terwijl onze voorsteven de schuimende zee naar beide zijden werpt, duiken zij vlak voor den boeg uit het water op.

Gewoonlijk blijven zij om het schip heen spelen, doch eens zag ik in de Roode Zee een troepje op een afstand voorbij trekken, en het was een merk-

Sluiten