Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zee-kellner, ook wel „steward" genoemd; hij heeft liet type van zijn vak, maar verschilt in details van zijn landbroer; men ziet het hem aan: mocht hot noodig zijn, dan schuilt er een zeeman in den steward, hij vreest niet het loeien van den storm, kan den bijl hanteeren en: met een roeispaan omgaan — en „last but not least", onze langstaart] ge gele vriend, die er vandaag zoo helder uitziet als een porseleinen herdertje.

De lange lijst van namen wordt afgelezen door éen van de officieren en op iederen naam klinkt het antwoord „Aye Sir". Met de namen van de lascars en van de Chineezen heeft de officier meer moeite, maar hij wordt toch verstaan.

En dan marcheert langs de lange rij de commandant, gevolgd door den eerste-officier en de dokter, en alles salueert.

Waarom die Zondagsche inspectie eigenlijk plaats heeft, begrijp ik niet. Doet men het om te weten te komen, hoeveel man er gedurende de week over boord gevallen zijn, of is het een slim bedacht middel om de bemanning te dwingen, zich minstens eens in de week goed te wasschen ?

En als het om de eerste reden is, dan kom ik als passagier er tegen op, dat wij' niet geïnspecteerd worden, want mij dunkt, zich zoo onverschillig te toonen of er al passagiers of niet ontbreken, dat is beleedigend voor ons.

Toch hecht men aan deze inspecties op de Engelsche Mail het grootste gewioht. lederen dag, b.v. om 11

Sluiten