Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eindelijk zijn al de mailzakken op het stoombootje overgebracht, de passagiers met wie wij zoovele weken, zij het al niet onder een dak dan toch onder een dek, geleefd hebben, nemen een hartelijk afscheid van ons en als het bootje in den donkeren nacht verdwijnt, wordt er gewuifd met zakdoeken en petten en klinkt het dondererfd uit honderden kelen:

Por they are jolly good fellows For they are jolly good fellows Por they are jolly good fe-ellows Whieh nobody can deny.

Dat zij „jolly good fellows" geweest zijn, spreekt niemand tegen en met leedwezen hebben wij aan ons „Indisch contingent" vaarwel gezegd. De meesten ervan waren jonge officieren die na een kort verlof weder naar hun regiment terugkeerden, en oude Anglo-Indians, die in spijt van hun abnormale lever, nog zoo vroolijk en uitgelaten als schooljongens konden zijn.

Maar het is geweest een „happy to meet, sorry to part, happy to meet again" (*) en wie weet of wij onze Indische reisgenooten niet nog eens hier of daar ontmoeten. De wereld is zoo klein —.

De kapitein staat reeds weder op de brug, het anker is geheschen en vooritwaarts stoomen wij op weg naar Colombo.

Doch ook de „Assam" heeft zijn reis aanvaard en

(*) ,,Met plezier hebben wij elkander ontmoet, met leedwezen nemen wij afscheid en met plezier zullen wij elkander weder ontmoeten." De vertaling echter geeft het kernachtige van het Engelsch niet terng.

Sluiten