Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boom veel vocht noodig en de jongen die hem helpt, reikt hem een bamboe-kokertje met. water gevuld, waarmede hij de aarde begiet. Een bonte zakdoek wordt over het hoopje uitgespreid en terwijl men op het groeien wacht, speelt de Indiër op zijn fluit. De slangen, die onbeweeglijk opgerold in bun mandjes lagen, richten bij het hooren van de tonen haar kopjes omhoog en met een zacht wiegende beweging naderen zij langzaam den toovenaar.

Maar deze staakt plotseling zijn muziek, gooit de slangen in haar mandjes en ligt den zakdoek op.

Alles is nog hetzelfde, niets te zien dan een hoopje natte aarde, maar de Indiër wenkt de toeschouwers wat dichter bij te komen en nu ziet men een heel klein geelgroen puntje eventjes boven den grond "uitkomen. De toovenaar baalt de pit uit de aarde om te bewijzen dat er geen bedrog in het spel is, en waarlijk, de pit is aan het ontkiemen en lange wortels zijn reeds in de aarde geschoten. Zorgvuldig wordt de pit nu weer geplant en met den zakdoek bedekt.

Hetzelfde spelletje met de slangen begint weer en half opgericht zwaaien» de beesten haar kopjes langzaam been en weer als op de maat van de muziek, terwijl nu en dan uit haar spitsen bek een nog spitser tongetje te voorschijn schiet.

En als de doek weer wordt opgelicht, dan is de mangoboom al verscheidene centimeters hoog en teere blaadjes ontvouwen zich.

Zoo gaat het voort. Iederen keer dat de doek wordt opgelicht, is het boompje grooter, totdat er op

Sluiten