Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ben groote' gevlochten stroohoed, een doekje om de lenden, meer draagt hij niet, doch het water stroomtlangs zijn gespierden bruinen rug en zgn lichaam glanst nattig als gepolijst mahoniehout. Op een drafje gaat het steeds voort — langs lanen tusschen slank omhoog rijzende palmboomen —■ langs kaneeltuinen, waar de lucht zwanger is van specerijengenr, en langs straten, waar in het halfduister van de verandah's, de statige indische kooplieden, omringd door een weelde van oostert-che snuisterijen, geduldig op koopers zitten te wachten.

En wij voelen ons aangetrokken tot die koele verandah's met haar zware steenen kolommen," en stijgen uit en slenteren langs de winkels.

En nu, lezer, komen wij onder den invloed van het oliphantje, bet zwart ebbenhouten oliphantje met zijn ivoren tanden, het oliphantje van Colombo.

Het beestje hypnotiseert ons door zijn eentonigheid. Ieder is verschillend en toch is ieder oliphantje hetzelfde, het hangt slechts van de grootte af. - Hier staat ei een, een prachtstuk, wel een halve meter hoog, en daar weer zien wij er een, zóó klein dat wij hem aan onzen horlogeketting kunnen hangen. En tusschen die twee oliphantjes zijn duizenden anderen, allemaal verschillend in grcotte. Zij vormen een schakel tusschen den reus en het kleintje van nog geen centimeter hoogte.

En overal waar wij ook gaan, zien wij die beestjes, maar grooter of kleiner, het is steeds dezellde. Precies dezelfde houding, precies dezelfde vorm.

Sluiten