Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al tuurden en tuurden, wij zagen niets, en toen ineens hoorden wij in de verte dat geluid, zoo onheilspellend voor den zeeman, het geluid van de branding op eene rotsachtige kust.

„Ik begreep direct, dat wij zuidelijk afgedreven waren en nu recht op Sumatra's kust aan stoomden, en daarom ging ik eerst wat terug en toen noordelijk om het licht van Diamond-point te vinden. Om drie uur van morgen zagen wij het licht en nu zijn wij in de straat van Malakka."

„Is het niet gevaarlijk kapitein, om zoo in het donker langs een kust te stoomen, vooral als men niet precies weet waar men is?"

„Gevaar is er altijd op zee, mijn vriend, en vooral in de nabijheid van land, maar terwijl wij stoomden werd er. onophoudelijk gepeild en zelfs van de peilingen kan men vaak gissen waar men zich bevindt.

„Kijk maar hier," vervolgde de commandant, terwijl hij een kaart uit zijne lade haalde, „hier heb je de zeekaart, en zie je die potloodstreep? Zoo zijn wij gisteren nacht gevaren, je ziet we gingen recht op de kust af."

„En al die andere potloodlijntjes?"

„O, die zijn van vorige reizen; je begrijpt wel, dat wij niet voor iedere reis een nieuwe kaart gebruiken."

Een zeekaart ziet er heel anders uit dan een landkaart. Bij de eerste is het land bijna geheel blank gelaten. In het binnenland slechts hier en daar een stad of een hooge bergtop aangeduid, langs de kust

Sluiten