Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik deelde kaboen's opinie niet, maar hield mij stil en gehurkt staarden wij beiden over den door maanlicht verlichten tuin. In Godsnaam, denk ik, als er een zwijn komt schiet ik, en als hét geweer uit elkander vliegt, dan krijgt de kaboen naast mij ten minste ook zijn portie.

Het is doodstil en ik wacht en wacht ieder oogenblik, denkende dat de zwijnen zullen komen, maar er komt niets.

En zoo wacht ik tot middernacht. De kaboen is hurkend in slaap gevallen, er is zelfs nog geen schaduw van een wild zwijn in den tuin geweest, en ik heb er genoeg van. Ik ga terug naar het hotel slapen.

Om de waarheid te zeggen, geloof ik dat ik inwendig verheugd was dat er geen zwijnen kwamen. Als ik dat geweer afgevuurd had, waren misschien de gevolgen noch voor het zwijn, noch voor den kaboen, noch voor mij te overzien geweest.

En terwijl wij door de Straat van Malakka stoomen, passeeren wij zoo wat halverwege tusschen Penang en Singapore, het plaatsje Malakka,hetwelk den naam aan de straat gegeven heeft.

Malakka is. een bijzonder interessant plaatsje, interessant, omdat het ons in gedachten een paar eeuwen in tijdrekening terugvoert, interessant, omdat het ons aan een roemrijk verleden van Holland herinnert.

Er is iets zoo stil, zoo ouderwetsch in deze neder-

Sluiten