Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eiland, als was het dicht begroeid met 't vergetelheidskruid, deed hen voor eeuwig aan zijn borst insluimeren en liet in den gloed der zon groote hoopen beenderen zien. En de forsche nikkers, altijd wreed en onoverwinnelijk, woonden daar, geesten van 't oneindige, een verderf der menschen.

Maar de prins van Livorno slaat daar geen acht op. Als de vleeschgeworden begeerte van zijn volk naar 't nieuwe leven snelt hij voorwaarts, vol hoop en inzicht. De wenschen van het volk zijn als een frissche wind die 't roode zeil doet zwellen; de dankbare tranen van de zeelieden vereenigen zich met de blauwe golven en doen zijn schip nog sneller gaan. In den nacht bereikte bij 't verblijf der monsters; hij haalde allen voorraad te voorschijn. Hij laadt 't vleesch uit <— heele runderen; hij laadt de brooden uit — onuitputtelijke ovens; hij laadt den wijn uit — duizendvoud bekranste vaten. Hij laadt 't uit, zet 't alles op 't strand en verbergt zich met z'n schip in een geheime haven. Zouden de onverzadelijke monsters zich misschien verzadigen aan 't ongewone voedsel?

's Morgens met 't aanbreken van den dag komen de nikkers op 't strand en zien 't vleesch en 't brood. Ze zien 't en vragen zich af wie 't hun wel zou hebben gezonden? Zeker iemand die beeft voor hun naam, beeft voor hun schaduw. Maar hun begeerte is grooter dan hun verbazing. Ze gaan zitten eten en verzadigen zich maar al te zeer. Ze zien ook den wijn; ze ruiken eraan. Hun dorst was grooter dan hun verbazing. Ze werpen zich erop en drinken gulzig; ze trachten hun dorst te lesschen.

Sluiten