Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Met den dood." „Teeken!"

De koning haast zich zijn gouden zegel te hechten aan 't doodvonnis. Toen vertelt 't volk hem wat de prins gedaan had. Een vreeselijke cholera heerschte in de omstreken en de stad werd in quarantaine gehouden. Maar de prins, verblind in zijn triomf, had niet gewacht tot hij eerst in quarantaine was geweest, maar was rechtstreeks doorgegaan naar 't paleis. Misschien had hij de ziekte al in de huizen gebracht!

„Ik dank u!" zegt de koning weenend. „Mijn kind is de prins; mim kind is ook de wet. De print heeft de wet overtreden; de wet zal den prins doen sterven."

Zij grepen zijn eenigen zoon, tooiden hem met bloemen, en 't hardvochtige lemmet van 't volk scheidde den koninklijken boom van zijn wortel. —

Thans staan midden in Livorno de nikkers in marmer, met de zware ketenen om den hals, een eeuwige kwelling van hun zwarten geest. Eerst de oude, voorover op 't voetstuk uitgestrekt; zijn geweldige lippen opent hij als een afgrond, hij laat de tanden zien als wilde hij de zee verslinden. Zijn twee zoons daarboven, op den rug liggend; vol smart richten zij de oogen ten hemel, als smeekten ze om genade. Daarnaast de neef, met de ontwrichte kaak, en met vreeselijk vertrokken gezicht, als voelde hij nog de pijn. En boven allen uit, rechtop, de prins, de overwinnaar en martelaar, met den triomf der vreugde en de smart des doods op zijn baardeloos gelaat.

Sluiten