Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die 300 drami's in een oka gaven, en de kooplui die de el voor een meter lieten doorgaan en de róêpi voor een el; de hardvochtige woekeraars en de onverzadelijke spahi's; zij die man en vrouw scheiden en de koppelaarsters, kortom, allen die in de wereld voor iets doorgingen en worden vereerd of gevreesd door den grooten hoop gingen daar binnen, weenend om de wereld, die zij verheten, terwijl nog in hun geest hun onrechtvaardige en onwettige praktijken rondwoelden.

De kapitein mengde zich onder de menigte en stompend naar links en rechts bereikte hij ten slotte de deur. Maar ongelukkigerwijze had juist de verzegelde duivel de wacht. Toen die hem zag, begon hij te schreeuwen. De andere duivels kwamen aanloopen.

„Wat is er? Wat gebeurt er?" vroegen ze.

„Zoo en zoo is 't geval," zegt hij. „Dien man moeten we hier niet toelaten, want hij zal ons alles ondersteboven gooien."

Ze hooren 't, gaan 'm schoppen, en gooien 'm uit de Hel.

„Wat moet 'k nu gaan doen?" denkt hij.

Eensklaps ziet hij rechts 't Paradijs, een prachtigen tuin met de welriekendste bloemen en een schitterend mooie fontein, zooals de Heiligenlegenden vertellen. Maar hij ziet de deur gesloten en verlaten. Niemand was erbij. Achter de tralies van de deur ziet hij den Heiligen Petrus, de sleutels aan z'n gordel, z'n oogen half dicht, z'n reusachtigen neus rood als een pioen. De H. Petrus, weet je, is een dronkaard die den ergsten drinkebroer

Sluiten