Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heilige toe en zegt met eerbied:

„Zou-je me niet eens willen zeggen, Heilige vader Antonius, wie dat is die daar naast Christus zit?"

„Wel, mijn zoon!" sprak de heilige, „dat is vader Charalampos, die zich veel moeite heeft gegeven voor onzen Heer Christus ten tijde vanSevérus die 't goede haatte!"

„Wel, wel!" zei de kapitein aarzelend, „dan heb-jij toch heel wat meer gedaan. Als hij streed, streed hij met de menschen; maar jij die met de duivels hebt gevochten? Ik weet 't best: ze kwamen 's nachts in je cel in de gedaanten van beeldschoone maagden en jij hebt ze verdreven, en je sliep spiernaakt in de sneeuw om de verzoeking te ontgaan, 't Gaat mij niet aan, je moet 't zelf weten; maar om zoo verachtelijk achteraf gezet te worden, kwam jou toch niet toe, geloof 'k."

De H. Antonius liet 't hoofd zakken, fronste de wenkbrauwen en ging heen zonder een woord te zeggen.

„Ik heb je te pakken!" dacht de kapitein.

En met denzelfden valstrik ging bij naar den H. Johannes van Kalyva, die onder een appelboom uitgestrekt lag en van verre 't plezier aanzag.

„Zou-je me niet eens willen vertellen," zegt hij, „waarom jij die, hoewel je uit een voornaam geslacht stamde en in weelde was opgevoed, eer en roem hebt verlaten uit liefde voor Christus, waarom jij zoo alleen zit en anderen die niets hebben gedaan, mogen eten en drinken aan de tafel van den Almachtige? 't Gaat mij niet aan, je moet 't zelf

Sluiten