Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om weer naar de wereld terug te gaan."

Die gedachte scheen hem nogal goed toe.'t Was nog zoo kwaad niet om weer te gaan fuiven en reizen!

Hij kijkt rond om den weg te vinden naar de Bovenwereld: niets te vinden. Hij die zich met kaars en kompas wegen baande op zee en in 't pikkedonker de zeestraten en havens binnenging alsof hij z'n eigen huis inkwam, liep nu rond tastend als een blinde. Zoodra Charos den gestorvene meegenomen heeft, laat hij hem eerst gaan over den berg Arni, een reusachtigen dichtbegroeiden berg. Aan den voet van den berg is de bron van Arnisia waar water als kristal stroomt. Hij geeft hem daarvan water te drinken en de doode loochent eens en voor al de zijnen. Daarna laat hij hem gaan over de Alismonia, een weide die dichtbegroeid is met 't vergetelheidskruid. Zoodra de arme mensch daar voorbij is, vergeet hij de wereld en de straten en wegen. Derhalve, wat de kapitein nu ook probeerde, niets hielp. Hij wendde zich naar links en stond plotseling aan de deur van de Hel, waar hij den razenden duivel met een ijzeren vork in de hand hem zag dreigen. Hij wendde zich naar rechts en zag 't Paradijs en den H. Petrus met een reusachtigen sleutel als een knuppel gereed om zijn beenderen te verbrijzelen.

,,Voor den duivel!" zei hij, „wat een verwarde boel!"

Maar in plaats van wanhopig werd hij boos, en wanneer een zeeman boos is brengt hij de zeeën in beroering.

Sluiten