Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'k Herinner me alleen dat 'k onbeweeglijk bleef liggen, versteend, zooals de ouden voor 't hoofd van de Medusa. Mijn eerste gedachte was dat 'k wakker werd in de keel van een visch, die als een reus ons schip had ingeslikt. Maar 't was niet de keel van een visch. Hoog boven me was de hemel en onder me de zee. Maar alles, hoog en laag, was bedekt met een vuurrood golvend kleed, waardoor zelfs de kiel van ons schip gekleurd werd met fijnen glans. Ergens aan 't eind van de aarde zwaaide een vuurgloed zijn fakkel hoog en wierp vreeslijke vangarmen naar alle kanten, begeerig om 't heelal te verslinden. Maar waar waren de hitte en de gloed ervan? Die waren er niet. De lucht was evenals kort tevoren frisch, eenigszins vochtig, en 't hout, 't ijzer en de takelage van 't schip vertoonden geen spoor ervan.

Diep in 't Noorden was een violette wolk die de sterren hulde in een blauwe tint en ze ten slotte deed verdwijnen onder z'n dichten sluier. Omhoog strekte zich een witgele regenboog uit en vormde aan den hemel donkere rivieren, groene, goudroode en blauwe; 't leek of hij 't uitspansel wilde verven. Beweeglijk als een door den windbewogen gordijn boog hij de uiteinden naar voren, ontplooide zijn ragfijn geweven kant en trok voort als een overwinnaarvan den hemel, zooals devloedvoortgaat en 't strand bedekt met schuimende tongen.

De luchtrivieren stroomden snel en zwollen, rolden steeds donker of groen, goudrood of blauw voort en spreidden overal een weerschijnals groote bundels elektrische stralen. De onbeweeglijke zea

Sluiten