Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoofd, de amandelvormige oogen, de koralen lippen spreidden een glans van onsterflijkheid en een koninklijken trots rond. 't Lichaam was van den bevallig en hals af gesloten in een harnas van gouden schubben; in de linkerhand hield ze't schild, de rechter zwaaide de macedonische lans.

Ik was nog nietbeko m en van mijn verbazing toen 'k een zachte zoete stem tegen mij hoorde zeggen als 't eentonige gefluister van een eeuwenoude bron:

„Zeeman, zeg mij, zeeman. Leeft koning Alexander?"

„Koning Alexander!" fluisterde'k nog meerverbaasd. Hoe kon koning Alexander nog leven? Ik wist niet wat die vraag beteekende en wat 'k moest antwoorden.

De stem vroeg opnieuw:

„Zeeman, zeg mij, zeeman. Leeft koning Alexander?"

„Nü nog, o vrouwe!" antwoordde 'k zonder te bedenken wat 'k deed. „Of koning Alexander nü leeft? Zelfs de aarde waarin hij ligt is nergens ter wereld te vinden!"

Wee mij, wat had ik gezegd! 't Beeldschoone meisje veranderde oogenblikkelijk in een afschuwlijk monster. Haar gestalte verrees reusachtig uit de golven, gedeeltelijlïUnet schubben bedekt. Levende slangen gleden over de zijden haren, lieten hun tong en giftanden zien en verspreidden een vreeslijke lucht. De gepantserde borst en 't maagdelijke voorhoofd veranderden onmiddellijk alsof zij Monovyzo, uit 't sprookje, een heks en een megaera tegelijk was.

Sluiten