Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De matrozen keken dadelijk voor zich en gingen rood van schaamte uit elkaar, blozend als jonge meisjes, met een bedroefden glimlach op hun lippen en een fijne traan onzichtbaar in hun oogen.

De kapitein, boos omdat hij ze zoo behandeld had en woedend omdat ze met geweld vast ingeslapen herinneringen hadden wakker geroepen, liep weg, met zijn schoenen over 't dek sleepend, met de bedoeling er verschrikkelijk nijdig uit te zien en sloot zich op in zijn hut. . Zijn hart verlangde naar Mykonos. Daar had hij zijn Elephanto, zijn slanke bruine vrouwtje, achtergelaten met een kindje in de wieg en een dat zij onder 't hart droeg. Maar 't leelijke weer had onze reis vertraagd en in plaats van in Marsilia te komen, hadden we nog niet den halven weg afgelegd.

Maar er was een ongelukskind aan boord: een harde oost-noordoostenwind pakte ons aan bij de zeeëngten, we kregen storm bij kaap Dóro, en onze „Evangelistra" moest dicht onder den Tsiknias blijven.

't Eerst ontsnapte de kapitein van boord, en liep naar huis. Maar bij zijn terugkeer werd hij niet begeleid door muziek en vrienden. En al had bij op deze reis den voorsteven gericht naar 'tzuidwesten, zijn oogen waren strak gevestigd op 't noordoosten en hij zag steeds, temidden van de schitterend witte huisjes en de mooie kerken van 't eiland, slechts één huisje voor zich en daarin zijn vrouw die in bed lag te worstelen met den dood! Hij zag hoe zij met haar heldere vochtige oogen overal rondkeek

Sluiten