Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vloek van de ouders wordt gehoord evenals hun zegen. Konstantis staat half vergaan op uit zijn graf:

De wolken neemt hij zich tot paard, de sterren zich

tot teugels.

De maan neemt hij als leidster mee, en gaat om

haar te halen.

Toen de moeder haar plotseling voor zich ziet kan ze haar oogen niet gelooven. En toen ze haar eindelijk herkent en haar onverhoopt geluk beseft, zakt 't lichaam van de oude moeder in elkaar, afgetobd door alles wat zij had doorstaan. Bij dien vreeslijken dood van haar familie, wanhopig over de vernietiging die rondom heerschte, werpt Areti zich neer en bidt tot God:

Mijn God, o maak mij tot een vogel, een vogel die vliegt in den nacht,

Dan kan 'k gaan in d' eenzaamheid opdat 'k mijn broeders beweene.

Zoo werd 't beeldschoone meisje een uil. Maar al veranderde zij van vorm, haar ziel veranderde niet. De dood volgt haar nog als een vloek van God waar zij vliegt; waar zij zich gaat neerzetten, daar brengt zij dood en vernietiging.

Toen de uil nu op ons schip kwam zitten voorspelde dat dus zeker niet veel goeds; maar om den kapitein te troosten hield ik mij onverschillig.

„Kom, kapitein, wat een idee om daaraan te gelooven," zei 'k, „God goed, alles goed."

Sluiten