Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kijk maar goed; als ik wil: wee en driewerf wee jou en je huis!" ...

Hij bukte zich, stak zijn snavel in de borst, zette de kleine veertjes van zijn kop op als haakvormige schubben, spalkte z'n oogen wijd open en zag er uit als een razend beest; 't leek wel of hij een vreeslijk ongeluk wilde aanrichten en als machteloos zich 't vleesch verscheurde om tot bedaren te komen. En toen de arme kapitein hem zoo zag, sloeg hij z'n oogen neer en ging heen om hem niet nog woedender te maken. Maar ongeduldig, zenuwachtig, woedend bleef hij, na een poosje op 't dek rondgeloopen te hebben, plotseling staan onder de ra, kruiste de armen over de borst, keek angstig en moedig tegelijk naar boven en riep:

„Ga heen! ga weg; ga met Gods zegen en dien van mijn ouders; laat mij mijn weg gaan en straf me niet... Ga dan toch heen, ellendig afschuwelijk gedierte!... Ga voort, ga naar den duivel!"...

Zijn stem die eerst zacht en smeekend was werd langzamerhand steeds luider en barstte ten slotte los in scheldwoorden, als een golf die zacht, spelend aan komt rollen op 't ééne strand en aan den overkant als een vreeselijke wereldverwoester werkt. Maar de vogel scheen tevreden dat hij hem in zoo'n woede gebracht had: hij deed zijn snavel open, het een kleine scherpe tong zien en sperde zijn bek wijd open met een verachtelijk gapen.

De kapitein raakte toen bij dat zag heelemaal in vuur en vlam; hij vloekte, schold, gestikuleerde en beet zich van ergernis in zijn vingers tot bloedens toe.

Sluiten