Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grond zakken. Maar op 't zelfde oogenblik klonk krijschend als een hulpkreet bij gevaar de stem van den uil boven zijn hoofd:

„Koekoewaoe!... koekoewaoe, waoe!.. ."

Die vervloekte vogel had al dien tijd weggedoken gezeten in 't want, zonder dat we 'twisten! — De kapitein vloog overeind, greep het geweer en riep woedend:

„Aan 't roer, Barbatrimis! aan 't roer en recht op hem af!"

We lieten allemaal de zeilen in den steek en ieder nam zijn plaats in. Barbatrimis wendde 't schip van Erimómilos naar Jerakóénia. Dat was een gevaarlijke plaats, want er zijn daar sterke stroomingen die je gemakkelijk kunnen doen afdrijven. „Je drijft weg van Erimómilos en komt bij Jerakóénia," zeiden de ouden. Maar de oude stuurman had een stevige vaste hand. Als hij 't roer beetgreep, ging daar een siddering doorheen. Hij had ook zulke scherpe oogen dat hij 't zevengesternte als 't nog geen drie dagen boven de kim was, kon onderscheiden. Wij hadden dus niets te vreezen en begonnen weer den dollen strijd.

Maar de misleidende vogel was niet van plan zijn spel op te geven. Zwart als een handvol aarde, vloog hij door de bleeke lucht, heel langzaam, alsof hij wilde zorgen niet uit ons gezicht te verdwijnen; nu eens draaide hij rond 't schip, dan weer vloog hij als een pijl tusschen de zeilen door, dook in de stagtouwen, zat schrijlings op den fokkemast, yloog onder de bramzeilen door, en ging zitten op 't buiteneind van den fokkemast. Plotseling sprong

N GN2

Sluiten