Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen zuilen erin, geen koepel bovenop; een plat dak zooals dat van de andere huizen. Kleine vensters en een aarden vloer. De latten van de vrouwenafdeeling zoo dicht mogelijk gesloten en heelemaal zwart, evenals demuurbanken. 't Mooibewerkte, notenhouten templum echter reikte bijna tot 't dak. Daar zag men een rijkdom 1 't Beeld van den H. Nicolaas had een grooter aandeel daarin dan dat van de H. Maagd. Zijn lamp was één reuzeklomp zilver; hij was bedekt met ontelbare kransen en andere versierselen. Wat een vergulde scheepjes, wat een gouden ankers! Iets anders dan 't gezicht was niet te zien door al 't zilver en goud.

Terwijl 'k om me heen keek, plaatste men 't lijk midden in de kerk. Een oogenblik bielden de psalmen op en kon men niets hooren dan 't zwakke geknetter van de lampen en de kaarsen. Een kil oogenblik. Toen de priester z'n dienst begonnen was, keerde 'k me om om ook den ouden man te zien. Een wonderlijke oude man. Hij beefde aan handen en voeten en werd gesteund alsof hij van een zware ziekte was opgekomen. Bleek, lang, ook al was hij voorover gebogen, groote wenkbrauwen die over z'n oogen vielen, bevende lippen, sneeuwwitte haren en snor, — een prachtige oude man, maar in wat een toestand!

Na een half uur gingen we naar't kerkhof naast de kerk. Nog eenige oogenblikken en de eerste schoppen aarde vielen in den kuil. Toen kon de oude man 't niet meer uithouden. Hij viel, wentelde zich op 't gras, mompelde wat en zei niets meer.

Sluiten