Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moedde bemerkte niets ongepasts; hij had ook zoon vertrouwen in zijn zuster dat hij zelfs voor den duivel niet bang was! En eerlijk gezegd, hij was er trotsch op dat zij zoo naar haar keken, 't Meisje gaat naar binnen, komt weer terug, gaat weer naar binnen: tot den morgen hielden zij haar op de been, aldoor heen en weer loopend en inschenkend.

't Zingen en dansen begon op nieuw, maar Marinos had geen zin meer in dwaasheden. Hij deed alsof hij een beetje te veel gedronken had en zat in een hoek steeds maar aan zijn knevel te draaien. Je zou gelooven dat satan uit de hel was opgestegen en heimelijk tegen hem sprak, zoo onrustig scheen hij.

Tegen 't aanbreken van den dag neemt Gligóris hem bij de hand en trekt hem weer onder de dansers.

„De wijn maakt jullie zeelui gauw slaperig," zei hij.

Marinos stond op 't punt uit te barsten en verzette zich niet. Hij haalt zijn zakdoek tevoorschijn en begint weer te dansen, als een bezetene. Daarna gaat hij ook aan 't zingen. Hij werpt den vioolspeler een daalder toe en zegt hem welke melodie hij wil hebben. Toen werden voor 't eerst gezongen die woorden, die wij nog tot den dag van heden hooren op de bruiloften:

Goudblond zijn uw lokken, uw oogen zijn van git, Op uw ronde wangetje een goud olijfje3) zit.

U kent die wijs wel. Alleen al als je er aan denkt,

Sluiten