Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huis kwam, ging naar binnen, en de een nam een pistool mee, de ander een mes, een derde een bijl. Allen stonden als in gelid op een rij bij de landingsplaats en riepen hem toe onmiddellijk met zijn matrozen weg te gaan, anders zouden ze allemaal voor de haaien zijn. Marinos had niet veel mannen bij zich en die waren nog dronken. Hij grijpt den haak, steekt van wal, roept hun met een bitteren lach toe: Tot weerziens! en vaart weg.

Kort daarop komt ook Gligóris Physèkis aanloopen met een geweer. Toen hij zag dat de boot weg was, werd hij woedend en sprong te water om er achterna te gaan. Dronkemanspraats! Ze halen hem er uit en brengen hem naar huis."

De oude Thanasis geeft me weer een teeken. Na zijn keel verfrischt te hebben begon hij weer:

„Meneer, tot zoover was 't een vermakelijke geschiedenis, maar nu wordt 't een roman. Ik heb 't niet zelf gezien, maar 'k heb 't hem die nu gestorven is, dikwijls hooren vertellen.

Marinos was onderweg woest als een leeuw. Nadat hij eerst een poos gezwegen had, keert hij zich naar zijn makkers en zegt:

„Drommels jongens, ik heb jullie tot nu toe uit heel wat lastige werkjes geholpen, nü moeten jullie mij ook eruit helpen. Dat meisje zal ik schaken en haar trouwen. Ik ben 't oosten en de eilanden rondgegaan en heb een vrouw gezocht die mijn hart zou doen ontbranden en ik heb haar niet gevonden. En nu ik haar gevonden heb, zou ik haar laten gaan? Of ik trouw haar, óf bij den H. Nicolaas, wij zullen allebei sterven."

Sluiten