Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Marinos, die begreep wat haar hinderde, haar weer zacht toe te spreken: hij zegt dat hij haar niet zal aanraken vóór ze getrouwd waren en dat 't huwelijk niet zal plaats hebben vóór zij ja heeft gezegd, en hij neemt zijn pallikaren tot getuigen. Zij bereikten Kalochóri en nog had Lemoni haar mond niet open gedaan. Marinos herinnert haar eraan dat er geen tijd meer is om te denken, want ze zijn aangekomen, 't Meisje begint te schreien, maar toen ze den haak uitstaken om zich vast te grijpen en te landen op 't strand achter de haven, vat zij moed:

„Als je me onder eede belooft voor de H. Maagd en den H. Nicolaas en voor den priester: dat je leven nu en voortaan zacht zal zijn als de woorden die je mij hebt gezegd, dat je de zee en den dolk zult vaarwel zeggen en naar ons dorp terugkeeren met den priester om hem te laten getuigen dat hij mij als een eerbaar meisje tot zich heeft genomen, en je voor altijd bij mij blijft, dan zeg ik ja."

Marinos wilde niets anders. Hij was besloten alles te beloven uit liefde voor haar.

Ze gaan aan land en langs de donkere straten naar de kerk van Kalochóri. Ze komen aan de cel van den pastoor, roepen hem, en vertellen wat er aan de hand is. De priester weigerde eerst, maar toen hij zag dat ze ook dolken bij zich hadden, wat moest hij doen? Hij doet zijn stola aan en trouwt ze; voor hij den zegen uitsprak, werd de eed tweemaal gezegd: eens op 't Evangelie en eens voor den H. Nicolaas, voor wien Marinos banger was dan voor 't Evanaelie.

Sluiten