Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu allemaal terug en de priester gaat mee," beval Marinos.

Een uur voor 't aanbreken van den dag landde *t schip in onze haven. De matrozen waren gewapend om eiken tegenstand te voorkomen als de onzen de lucht van hen kregen, 't Eerst gaat de priester alleen aan land en stapt op 't huis van Gligóris af. Daar was me wat gebeurd. Den heelen nacht op de been, den heelen nacht de menschen buiten met lantarens, en zelfs maakten ze alles gereed om menschen te sturen naar de omliggende dorpen om de verloren Lemoni te zoeken.

De priester bracht alles voor ze in orde. Hij ging regelrecht naar den broer van 't meisje, die op dat oogenblik met z'n hoofd in zijn handen en z'n ellebogen op z'n knieën verwilderd als krankzinnig voor zich uit zat te kijken, en sprak hem toe:

„Mijn zoon, Gods zegen zij met je; vrees niet. Je zuster is op dit oogenblik rein en eerbaar zooals bij haar geboorte. Hij die met haar is getrouwd is nu een ander mensch. Hier is zijn eed. Als je niet kunt lezen, zal 'k 't je voorlezen. „Ik zweer bij 't Evangelie en bij den H. Nicolaas — groot is zijn genade — dat ik vanaf 't uur waarop ik Lemoni, de dochter van meester Vasilis, uit Nerochóri, tot vrouw neem, tot 't einde van mijn leven de zee zal vaarwel zeggen, geen mes aanraken, bij haar wonen in Nerochóri, nooit een hard woord tegen haar zeggen, maar leven en sterven met haar in vrede en liefde. Marinos Kondaras."

Physèkis schuimbekte van woede. De priester, een flinke man, die de wereld gezien had in zijn

Sluiten