Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goedgezind waren. Het in huis gemaakte gaas, linnen en zijde was niet goed genoeg meer; ze moesten uit den winkel allerlei linten, knoopen en lappen halen. En 't ergste was, dat die navolging niet heelemaal juist kon zijn en je dus ineens een dameshoedje boven een keurslijfje zag of een Europeesch strookje aan een boerinnejakje, of iets dergelijks. Natuurlijk keken de vaders daar niet naar. Misschien waren de vaders er inwendig trotsch op. Maar 't donkere punt was voor de vaders hun zak, waaruit ze al die uitgaven moesten betalen; dat was de revolutie die ze opmerkten en die hun dwars zat. Hoe meer de meisjes zich opsierden, des te langer deden ze zelf met hun kale schapevacht, of hun gelapte schoenen.

Maar daarmee was de ellende nog niet uit. Zooals we zeiden, was Angélica levendig en spraakzaam. Zoo werden de boerinnetjes langzamerhand meer van den tongriem gesneden, ook tegenover vreemden. Zelfs zeiden ze soms iets brutaals tegen haar vaders. De bestuurders en notabelen van 't dorp waren goede vaderlanders en wilden den vooruitgang van 'tdorp bevorderen. Maar ze waren betere huisvaders dan vaderlanders; eiken keer dus, dat ze in de herberg hun kombolója door de banden lieten glijden, overlegden ze hoe ze de juffrouw een beetje konden beteugelen. Haar wegsturen, dat ging niet. Een schooljuffrouw moesten ze hebben. En wie weet of ze dan niet nog een ergere zouden krijgen.

„Ik heb een middel gevonden," zei op zekeren dag een van hen — Spanós heette hij. „We

Sluiten