Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeten de juffrouw laten trouwen. Dan heeft ze een huishouden, en zal ze wel tot rust komen en wij ook."

„Haar laten trouwen! Heb je niet gehoord wat ze verleden eens aan mijn dochter heeft gezegd, dat 't een schande was, dat haar ouders haar een man gaven en ze niet zelf haar vrijer koos!"

„Goed, dan laten we er haar zelf een kiezen. Een beetje slimheid en dat zaakje spelen we wel klaar."

't Trof juist goed dat ze in 't dorp een onverbeterlijken pretmaker hadden, den metselaarsbaas Myzithras. Op zekeren avond gaat Spanós naar de herberg, schiet op Myzithras toe en maakt hem met enkele woorden voor zijn slimme plan klaar.

„Waarom laat jij, zoo'n knappe kerel, je jonge jaren voorbij gaan? Waar zal je ooit zoo'n nimf, zoo'n vlokje schuim, zoo'n lelie terugvinden? Wat ver lang-je nog meer dan zoo'n vrouw? Je hebt zelf geld, wat kan 't je schelen als ze geen bruidsschat heeft? Kom, maak je gereed om een serenade voor haar te zingen. En als je dat niet durft, dan is een bloem of een andere aanleiding genoeg. Laten we nu niet nog meer er over praten. Ga vanavond naar haar huis om te kijken of de nieuwe muur niet aan 't verzakken is. Zeg maar dat je van mij komt. Wees niet bang; jij begint, en wat de rest betreft, wees maar gerust, dan ben ik er ook nog."

Myzithras hield in 't begin alles voor een grap van meneer Spanós. Hij wist dat hij ervan hield

Sluiten