Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Goeienavond, en een lantaren asjeblieft om even in den kelder te kijken, want ze zeggen dat de nieuwe muur aan 't verzakken is; ik kom van meneer Spanós."

„Maróéla," roept Angélica, „steek een kaars aan en geef die aan den baas om te kijken. Ik hoop dat 't niets is."

„Ik heb van buiten goed gekeken en eerlijk gezegd niets gezien. Maar laten we ook eens van binnen kijken."

Hij gaat in den kelder en komt een oogenblik daarna terug met 't bericht dat de muur geen gevaar liep en dat ze er maar met niemand over moest spreken, want anders zouden de menschen bang worden zonder reden en hun meisjes met meer naar school sturen.

Hierbij stond Myzithras een oogenblik voor haar. Myzithras was geen leelijke jongen. Hij was lang en had groote bruine oogen en een klein kranig snorretje; en bij kon ook heel aardig spreken. Maar kijk, nu was zijn tong vastgebonden. Wat zou hij haar zeggen, nu het dienstmeisje niet in de kamer was.

„Laten we ook eens in de school gaan kijken," zegt hij ineens, terwijl hij naar de muren stond rond te kijken.

En hij neemt de lantaren en gaat alleen naar 't schoolvertrek om te bedenken hoe hij 't gesprek zou beginnen.

„Kom eens kijken," roept hij haar toe.

Angélica gaat naar 't schoolvertrek.

In die groote kamer was 't met de kleine lanta-

Sluiten