Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren bijna donker. Angélica kwam vlug aanloopen en stond voor hem als een standbeeld, met haar eenvoudige japon, haar zwarte oogen en haar blanken hals, en met haar handjes over de borst gevouwen alsof ze 't wat koud had.

„Die reet hier zal meneer Spanós gezien hebben en daarover zal hij zich ongerust hebben gemaakt. Een beetje kalk is er noodig, meer niet. 't Huis is stevig, en voor ons is 't een zegen geworden. Al onze meisjes leeren hier beschaving."

„Heel aardig van u om dat te zeggen," en Angélica glimlachte tegen hem.

„Juffrouw, wij dorpsmenschen zeggen de dingen zoo als ze zijn. Ik zou u nog wel een andere waarheid zeggen, als 'k niet bang was, dat U 't misschien kwalijk zou nemen."

„Wat voor een waarheid?" vraagt Angélica. Ze komt een stap dichterbij.

„Dat hier in 't dorp iemand is die dol op u is."

„Wel, wat u zegt! En wie is die iemand? Zeg me dat als 't u blieft, niemand kan ons hooren."

„En als u boos wordt?"

„Ik beloof u dat'k niet boos zal worden, wie 't ook is. Waarom zou 'k boos worden?"

„Goed, laat 'k 't u dan zeggen, 't Is iemand die niet oud is en ook niet arm. Hij kent niet veel letters, maar heeft op zijn tijd toch ook wat van de wereld gezien. Zijn ambt heeft hij niet hier in 't dorp geleerd. Hij is n.1. een ambachtsman. Hij kan over zijn liefde niet spreken als een boek, maar hij kan er van zingen als een vogel in 't bosch. Hij kan niet groeten op z'n Europeesch, maar

Sluiten