Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE CHAROKAMÈNI

Op een klein uur afstand van de plaats waar ik woon ligt 't dorp waar 'k eenigen tijd geleden de Charokamèni voor 't eerst zag. Ik wist haar geschiedenis. Ik kende haar naam en familie, maar als ik naar dat dorp ging, trof 't nooit dat 'k met eigen oogen de Charokamèni zag.

't Was op een Zaterdagavond, aan 't eind van den vesper. Een oogenblik stond 'k aan de deur van de kerk te kijken naar de vrouwen die eruit kwamen. Ten slotte ging 'k ook naar binnen om mijn kaars voor den Heilige aan te steken.

Na de kaars aangestoken en gebeden te hebben ging 'k door den narthex naar buiten en keek naar 't kerkhof naast de kerk.

En daar zag 'k een jonge vrouw, in 't zwart gekleed, 't lampje van een graf aansteken en wierook branden. Daarna zet ze 't wierookvaatje vóór 't lampje, slaat een kruis en gaat naar de deur, peinzend, met neergeslagen oogen en bleek gezicht, en een bitteren trek op de lippen, die evenzeer bij haar paste als de zachtheid die vroeger over haar gelaat moet hebben gelegen.

„Dat is onze Charokamèni," zei de pastoor tegen me. „Hoevelen zijn er niet, die dezelfde ongeneeslijke kwaal hebben, maar zij heeft dien naam gehouden! Vreemd zijn de menschen toch! Zoo zal men in elk dorp één bepaalde slet, één kletskous en één met den vinger nagewezen „wijze" vrouw vinden."

En nu wij dit ongelukkige „pleegkind van Cha-

Sluiten