Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omdat zijn ondergeschikten daar hem bestalen.

Dat was een nieuwe ramp! Eerst de dood en nu scheiding! Hun hart dreigde te breken. Ze zeiden echter dat 't voor korten tijd was, ze moesten geduld hebben. Lambros laat dus zijn vrouw achter bij haar tante, en trekt met beklemd hart in den vreemde.

De arme man wist niet hoeveel hij van haar hield voor hij weg was. Hij kwijnde weg van verdriet. Geen andere troost had hij dan zijn brieven en die van zijn vrouwtje en van weerskanten waren ze vol verlangen en klachten. „Maar God zij dank", schreef hem eens zijn vrouw, „dat ik zoo gelukkig zal zijn mijn held al gauw weer bij mij te hebben."

Hoe kon ze 't ook weten? Lambros vond in Roemelië alles ondersteboven en moest op zijn minst een jaar blijven om 't verstrooide kapitaal van zijn meester bijeen te krijgen. Hij trachttemoed te scheppen, maar de moed verdween uit zijn hart met een zucht. En hoe kon hij 't haar schrijven? 't Zou voor de ongelukkige haar dood zijn. En 'twerd immers beter met iederen volgenden dag. 'tWas maar een jaar en dat zou wel voorbijgaan. Als hij haar maar iedere week schreef! En hij schreef iedere week en zijn vrouwtje antwoordde met een half bedwongen ongeduld dat een krachtige verwoede begeerte zou worden als zij tegen hem kon praten. En dan moesten ze zeker nog zijn meester dankbaar zijn, die hun dat alles aandeed, en haar op zekeren dag de waarheid vertelde en haar kalmeerde! Zij had erin berust nog eenige maanden

Sluiten