Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geduld te hebben. Hoeveel maanden waren er al niet voorbijgegaan; waarom zouden die dan ook niet voorbijgaan!

't Was lente, de dag van Sint Joris; 't heele dorp maakte zich op voor 't feest. De goede buurvrouwen beklaagden de ongelukkige en wilden haar zelfs meenemen. Waarom zou zij niet wat ontspanning hebben? Dan zou Lambros haar op haar best terug zien, niet bleek zooals zij nu was. Haar tante zei hetzelfde en hoewel met tegenzin, ging ze mee naar 't feest. —

„Loopen, Mitros, loopen, dan komen we thuis voor den donker; nog een uur en we zijn er," zei Lambros tot den agojaat op den avond van den dag van Sint Joris.

Hij was twee weken vroeger weggegaan uit Roemelië dan hij had gerekend, misschien om zijn vrouwtje een kleine verrassing te bereiden.

Hij gedroeg zich alsof hij niet wel bij 't hoofd was, terwijl hij te paard over de bergen en door de bosschen trok. Hij sprak in zichzelf, groette, glimlachte, hij zag haar nu voor zich, zijn vrouwtje in hun rustige huisje, in een hoek van de kamer gezeten met haar tante; misschien zat ze wel den laatsten brief aan hem te schrijven.

Nog een half uur en men kwam terug van 't feest van Sint Joris. Dat was me een drukte! 'tVeld weergalmde van 't zingen. „Wel kijk, hoe jammer dat 'k niet eerder kon komen om haar mee te nemen naar 't feest," zei hij in zichzelf. „Wees maar ge-

Sluiten