Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rust, mijn liefste, we hebben ook nog 't feest van de H. Maagd en dan zal je eens zien!"

Nauwelijks had hij dit gezegd of hij ontmoette een troep jonge mannen en vrouwen, die zingend naar 't dorp terugkeerden. De zon was pas onder, dus hij kon hen nog goed zien. Hij herkende allen en groette met een stem die trilde van groote vreugde. Maar bij een jonge vrouw hield hij 't paard in. Wie was dat? Wat een gelijkenis met zijn vrouw. Terwijl hij haar zoo aanzag, hoorde zij den naam van haar man, die van mond tot mond ging, noemen; zij riep: „Mijn man!" en viel bewusteloos neer.

Lambros bleef op zijn paard zitten als versteend. Geen woord kon hij uitbrengen. Een vreeslijke gedachte ging als een mes door hem heen. Zijn vrouw op 't feest, met jonge vrouwen en mannen. En hij die dacht dat zij thuis zat opgesloten! Verder kón hij niet meer denken! Hij trok zijn dolk en terwijl de vrouwen trachtten zijn Charokamèni op te richten, viel hij zelf bloedend neer.

Sluiten