Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OOM JANNIS EN ZIJN EZEL

Als oom Jannis een geschiedenis heeft, heeft hij die te danken aan zijn ezel. Immers zijn ezel .— Grauwtje noemde hij hem, dus laten wij hem ook Grauwtje noemen — werkte zijn leven lang uitstekend van af 't oogenblik dat er een pakzadel op zijn rug was. En Grauwtje was een gelukkige ezel ondanks al 't zware werken dat hij zijn leven lang deed. En Grauwtje was een ezel met karakter, en hij toonde zijn karakter toen Oom Jannis hem zes maanden in zijn tredmolen had, zes warme zomermaanden die zelfs een leeuw hadden kunnen temmen, en toch had Grauwtje noch zijn kracht verloren onder dat juk, noch zijn geweldig geluid, noch zijn lenigheid, als zijn meester hem van tijd tijd op den akker wat lucht het happen en zich te goed te doen aan versch gras.

Toen Oom Jannis zijn tuin kwijt was, bleef hem niets over dan Grauwtje. Die was zijn vriend, zijn kapitaal, zijn steun. Met hem werkte hij, met hem praatte hij. Met Grauwtje steeg hij den heuvel van zijn dorp over en er was geen koopwaar, er waren geen groenten, vruchten of hout of ze waren gegaan over Grauwtje's rug en over zijn zwarte kruis vóór ze kwamen in de buurt van Oom Jannis.

Zoover was 't gekomen dat Oom Jannis en Grauwtje één waren. Samen aten ze, samenliepen ze, samen sliepen ze: heelemaal buiten, aan 't eind van 't dorp, Oom Jannis alleen in zijn hut, Grauwtje op 't erf. Oom Jannis ging 's morgens vroeg naar de deur en zijn eerste groet was voor Grauwtje.

Sluiten