Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN DE BOOT Een Kloostervertelling

Toen vader Paisios zijne geschiedenis had verteld, keerden allen zich tot vader Kalhnikos, zagen hem aan en vroegen hem ook zijn mooiste geschiedenis te vertellen, nu ze besloten hadden tot middernacht te blijven.

Vader Kalhnikos streelt zijn grijzen baard, denkt een poos na, wordt langzamerhand ernstig en begint:

„Broeders, ik zal jullie een wonderlijke geschiedenisvertellen. Je kunt't gelooven of niet gelooven. Maar waar is ze. Waarom zou 'k jullie onwaarheden vertellen? Ik zal de waarheid vertellen.

Ik ben nu ruim zestig. Ik was toen ongeveer twintig. Ik was ongeveer twintig en voer in een klein bootje op een groot, heel groot, en soms felbewogen meer. Ik was alleen in 't bootje. Ik was ergens vandaan gegaan met 't doel 't meer rond te varen en op diezelfde plaats terug te keeren en daarna weer aan wal te gaan. Ik zat aan de riemen en voer verder. Het water was kalm; de hemel weerspiegelde zich blauw erin. Soms als 'k moe was liet 'k de riemen los en 't bootje dreef zooals 't wilde. Daarna begon 'k weer te roeien en ging verder. Geen wind, geen golven, geen stroom. Een vreugde Gods op t meer, maar in de rondte, op 't onmetelijke vasteland, was een dikke nevel, zoo dik dat men niets kon zien dan de ijzeren trahes die heelemaal rondom 't meer scheidden van 't land.

Een menigte andere bootjes op 't meer, sommi-

Sluiten