Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ge met één enkelen passagier, andere, grootere, met velen. Hier vreugde en gezang, daar geween en gejammer. Ginds weer stilte, rust en roeien. Zoo was ook mijn bootje, maar om mij heen hoorde ik alleen de vreugde; geen droef heid drukte mijn ziel, en ik dacht er niet over wat de nevel was en waarom hij daar was, en 'k lette niet op de kreten van de vermoeiden en gekwelden, die blijkbaar een heel eind moesten varen om 't vasteland te bereiken en zich moesten aftobben met roeien, want de meesten hadden geen zeilen, of, als ze die hadden, blies de wind er nooit in.

Zoo ging ik langzaam rond; alleen werd ik dikwijls moe en liet dan mijn bootje gaan zooals 't wilde.

Terwijl mijn bootje daar ging zooals 't wilde, kwam 't vlak naast een ander bootje dat ook zonder veel haast ging.

In dat bootje zat een meisje; zij was ook alleen. Een prachtig mooi meisje was 't niet, maar ze was frisch, en scheen opgeruimd te zijn.

Ik vergat jullie te vertellen dat ik toen 'k 't bootje met 't meisje ontmoette, ongeveer vijf en twintig jaar was. Glimlach niet. Vijfjaren flink roeien. En 't water niet altijd een spiegel, maar soms ook flink woest. Maar toen ik 't bootje met 't meisje naast mij zag, vergeet 'k te roeien, 'k vergeet alles en zit te kijken en bewonder en aanbid haar jeugd en haar maagdelijke frischheid. 't Meisje vergeet ook te roeien en zij kijkt mij ook aan met groote zachtheid en vriendelijkheid. Zoo keken wij eenigen tijd elkaar aan en 't meer scheen ons nog eens zoo

Sluiten