Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaart mee; gierzwaluwen vlogen van rots tot rots; adelaars en valken gleden heen en weer, rustig en trotsch met vorstelijke praal temidden van den orkaan; jakhalzen huilden op de berghellingen, die met dichte gordijnen van regen bedekt waren. Geheimzinnigheid en schrik doken elk oogenblik op in die vreeslijke woestenij.

Een driehonderd passen van me af verhief zich tegenover me nog een ontzaglijk hooge berg, zoo recht als een mes en steil als een reusachtige middeleeuwsche burcht, kaal, zonder boomen, vuurrood met z'n stalen borst die doorsneden was met groote, zonderlinge, diepe, grillig gevormde, met bloed bedekte wonden, fier vooruit. En vlak naast me was er weer een steenen reus, van den ontzaglijken voet tot z'n onzichtbaren top overstroomd en gewapend met kornoelje en hulst, met eeuwenoude ceders van den Libanon, met duizenden veeljarige sparren en tallooze ceders, doornig bij aanraking, betooverend bij den aanblik, en bedwelmend door hun lieflijken geur, — deze reus, hij alleen, sloot aarde, wereld en hemel geheel af en onttrok alles aan den blik, sleepte alle gevoel, verstand en ziel weg temidden van dien woesten baaierd, scheidde den mensch van wereld en maatschappij en familie, ontnam hem gedachte en beschaving, en maakte hem geheel en al tot den zijne, naar lichaam en geest een en al woestheid.

Met donderend geluid, troebel, modderig, onstuimig als uitgehongerde leeuwen rolden in de diepte der afgronden de beide rivieren. Van heel hnnri. van de met bloed bedekte borst van den

Sluiten