Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wachtte tot z'n vrouw, z'n zoons en z'n dochters met plukken ophielden om te rusten en te eten. De boer was opgewekt: met den oogst ging 't goed dit jaar, 't was een heel gunstige tijd ervoor, z'n vloer vulde-zich met uitgelezen voorraad; over eenige dagen zou de oogstafgeloopenzijn, de voorraden moesten in de zon drogen, hij zou ze naar de stad brengen en ten slotte verkoopen, en hij zou uit de zorgen zijn. En hoeveel zorgen! En terwijl hij vol liefde keek hoe z'n druiven lagen te rimpelen op den vloer en in de zon een mooie blauwe kleur kregen, maakte hij even zooveel mooie berekeningen en glimlachte. Van die rozijnen zou hij de rente van 't land betalen aan den woekeraar, z'n graan koopen om z'n brood te bakken van den winter, z'n kinderen kleeren en schoenen geven; en dan was er nog iets dat de reden was waarom hij steeds meer glimlachte, hoe meer hij erover dacht. Z'n oudste dochter, de blonde Vasiliki, die nu twee jaar verloofd was, zou zelf een huishouden beginnen: hij zou zich geen zorgen meer behoeven te maken over 't huwelijk van 't meisje. Vorige jaar was 't niets gedaan met de rozijnen, heel weinig maar; 't jaar daarvoor net zoo. Nu had God gegeven en ging alles goed. En 't zingen klonk vroolijk van verre, en de velden glimlachten in schoonheid van geluk.

't Was middag geworden en 't werkvolk kwam naar huis, de jongens en de meisjes, opgewekt en bezweet. Ze kwamen op hun verhaal in de schaduw van den grooten eik, waschten hun handen en begonnen met smaak zwart brood en witte kaas

Sluiten