Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet gewoon waren dien te drinken — begon hun

naar 't hoofd te stijgen. Toen keert de bei zich tot

den molenaar en zegt:

„Wel ouwe, heb-je een dochter?"

De molenaar kreeg 't benauwd en zei:

„Ik heb één kind, mijn bei; haar moeder is

dood."

„En is ze mooi, ouwe, zooals ze vertellen, je Loelóédo?"

Liakos gaf geen antwoord; hij keek alleen naar den muur, waar z'n karabijn en z'n jatagan hingen.

„Komaan, molenaar, haal ons je Loelóédo," zei de jonge bei lachend.

De arme vader had bij die woorden een gevoel alsof de heele molen voor z'n oogen ronddraaide,

„Zooals ge wenscht, mijn bei," antwoordde hij, „maar 't meisje is niet hier; ze is op bezoek bij een petemoei van ons.

Daarop werd in 't andere vertrek van den molen een geluid gehoord, pal daarop kraakte de tuindeur en zagen ze Loelóédo in volle vaart den weg afgaan naar 't beekje bij den plataan.

„Loelóédo! Dat is Loelóédo," roept iemand.

De jonge bei verloor z'n bezinning. Hij wou gaan loopen en stapte den drempel over. Toen hielden twee ijzeren handen hem op z'n plaats. De halfdronken Turken vlogen naar buiten op Liakos af. Deze geeft hun een paar vuistslagen en ontsnapt aan hun handen. Hij vliegt den molen binnen en barrikadeert de deur. Hij schiet z'n meelbestöven jas aan, pakt z'n karabijn, doet wat kruit en lood in z'n gordel, gaat schrijlings hoog op den

Sluiten